dinsdag 3 juli 2007

‘Gratis’ Computers


Zoals velen van jullie weten, heb ik voordat ik naar Kameroen kwam vier computers verscheept voor de NGO waar ik werk, LINK-UP. Nu, meer dan vier maanden later, staan ze in het kantoor en ben ik bezig alle software te installeren. Om een idee te geven van de afgelopen maanden en iedereen te waarschuwen voordat ze zoiets doen, zal ik beschrijven hoe alles is gegaan. Half maart kreeg ik te horen dat LINK-UP altijd computers kan gebruiken, dus leek het me een goed idee om dit te regelen. BIT, de IT afdeling van de faculteit bedrijfskunde (RSM) van de Erasmus Universiteit was bereid vier pentium3 computers te doneren. Het transport vanuit Nederland a 250 euro werd betaald door de missieveiling in Zoeterwoude, mijn geboortedorp. Begin Maart ben ik samen met Hylco, een vriend uit Rotterdam, naar de haven gereden en heb daar de computers afgeleverd. Deze zouden verscheept worden door WLF transport.

Eenmaal aangekomen in Kameroen verwachtte ik dat de computers binnen een week of zes zouden arriveren. Ze zouden aankomen in de haven van Douala en vanaf daar zouden we ze naar Buea kunnen brengen. Helaas was WLF transport communicatief niet echt sterk en pas na een serie e-mails van mijn kant kwam ik er achter dat er vertraging was wegens de betaling. Omdat de missieveiling de rekening betaalde dachten ze dat er niet betaald was. Daarom duurde het een maand voordat het transportbedrijf WLF transport snapte dat de goederen betaald waren en pas in april werden de computers daadwerkelijk op een boot gezet.

Ondanks deze vertraging was ik nog steeds vol vertrouwen, ik zou tenslotte vier maanden in Kameroen zijn. Toen kwam mijn volgende uitdaging, namelijk uitzoeken waar ik de computers kon ophalen. WLF transport reageerde niet meer op mijn e-mails, maar na een paar telefoontjes van mijn vader kwam het bedrijf confreight met de naam Socomar en een telefoonnummer. Blijkbaar waren zij het bedrijf wat de computers verscheept had, en WLF transport alleen een tussenpersoon. Het was nu al half mei, en de computers zouden de 23e aankomen. Dus vanuit Buea hebben ik en Roland een week lang geprobeerd meneer Socomar te bellen. Uiteindelijk kregen we iemand aan de telefoon en bleek Socomar een bedrijf te zijn.

Na mijn trip naar het noorden van Kameroen was het begin juni, en gingen ik en Roland naar Douala voor een bezoekje aan Socomar. Daar aangekomen werd ons verteld dat het 300.000 CFA zou kosten om de computers uit de haven te krijgen. Dat is dus 500 euro, een bedrag waar je hier een jaar van kunt leven. Dat leek ons wel erg veel geld om twee dozen met computers uit de haven te krijgen. De reactie van de mensen daar was dat we de computers beter via luchtvracht hadden kunnen sturen. Toen we het bedrijf wilden verlaten, kwam er echter een mevrouw naar ons toe om te vertellen dat ze ons kon helpen met de computers. Dit betekent meestal dat zij weet wie je moet omkopen, dus wij waren daar erg blij mee.

Teruggekomen in Buea hebben we besloten om de computers ondanks de hoge kosten toch uit de haven te halen. Uiteindelijk zouden ze nog steeds goedkoper zijn dan dezelfde computers in de winkel. Twee weken later, eind juni, gingen we terug naar de haven om Elise, de mevrouw die ons kon helpen, te bezoeken. Al snel bleek dat de prijzen van Socomar nog steeds erg hoog bleven, maar ze vertelde ons dat er misschien bij de douane wat te ‘onderhandelen’ viel. Alleen voor het uitpakken van de container moesten wij 200 euro betalen aan Socomar. Elise raadde ons aan iemand te zoeken die ons kon helpen met alle documenten. Wij dus naar de computerwinkel waar Roland de spullen voor zijn internetcafe koopt en daar gaven ze ons het telefoonnummer van iemand die wist hoe het allemaal werkt in de haven.

Na een telefoontje ontmoetten we Pierre, die ons vertelde dat hij eerst een aangiftekaart moest laten maken om de procedure te starten. Dit zou 20.000 CFA kosten. Dit leek mij erg veel geld voor een stuk papier, maar hij verzekerde ons dat het echt nodig was. Wij vroegen hem echter of het niet mogelijk was de douane om te kopen. Om uit te zoeken of dit mogelijk was, ging Pierre naar de loods waar de computers staan. Na een middag wachten kwam hij terug om te vertellen dat er een nieuw computersysteem was dat het onmogelijk maakte om de computers de loods uit te smokkelen. Dat betekende dus dat we alles via de officiƫle weg moesten regelen. We gaven Pierre 25.000 CFA en gingen terug naar Buea.

Twee dagen later, donderdag, kwamen we weer naar Douala om alle formulieren te regelen. We ontmoetten Pierre en hij vertelde ons dat we een formulier moesten hebben om het gewicht en de waarde van de computers vast te leggen. Hiervoor zou hij 40.000 CFA nodig hebben. Wij gaven hem het geld in de hoop ooit onze computers te zien. Na de hele dag wachten kwam hij terug met de mededeling dat we nu de procedure konden beginnen. Ik werd nu echt ongeduldig, maar er zat blijkbaar niets anders op.

De volgende dag gingen ik en Roland naar Douala om de computers op te halen. Pierre vertelde ons dat hij nu de gegevens in de computer van de douane kon gaan voeren. Aangekomen bij een kantoor bleek dat dit 40.000 CFA zou kosten. Na een uur wachten bleek ehter de verbinding niet goed te zijn en gingen we maar naar Socomar om daar de rekening van 140.000 CFA te betalen. Op dit moment konden de kosten mij en Roland weinig meer schelen, als we die computers maar kregen. Bij Socomar vertelde Elise ons dat ze daar helemaal geen problemen met de computer hadden. Wij dus Pierre bellen om te vertellen dat hij nu toch echt die documenten zou moeten hebben. Om vier uur ontmoetten we hem en vertelde hij ons dat alles geregeld was. We moesten alleen nog langs de douane, die om vier uur sluit. Hoewel Pierre geen engels sprak, ben ik er toch in geslaagd hem duidelijk te maken dat ik nu heel ongeduldig werd.

Op maandag gingen we om 5 uur ons bed uit om er voor te zorgen dat we om 8 uur voor de deur van de douane zouden staan. Om 9 uur kwamen we aan in Douala, omdat we onderweg extreem vaak werden aangehouden door de politie. Dit was zelfs de eerste keer dat ze in een bus met twintig mensen specifiek naar het paspoort van de enige blanke vragen. Meestal doet de politie tenminste nog alsof ze daadwerkelijk iets controleren en niet alleen op zoek zijn naar mensen die hen kunnen omkopen. In Douala vertelde Pierre ons dat hij ons zou bellen als hij was aangekomen op de plaats waar hij naartoe ging. Klinkt inderdaad erg logisch. Na een uur wachten belden we hem op en vertelde hij ons naar zijn kantoor te komen. Daar vertrokken we naar een ander kantoor waar hij naar binnen ging met nog eens 40.000 CFA om nog een formulier te halen. Toen hij eenmaal terug kwam was het elf uur en begon ik me al zorgen te maken want de lunchpauze bij Socomar duurt gemiddeld drie uur. Gelukkig kwamen we aan bij het kantoor van de douane. Daar was een mevrouw die alleen maar een stempel zette en in het engels vertelde dat alles okee was. Ik was blij omdat we geen twee uur hoefden te wachten en hierna naar Socomar gingen om de computers op te halen. Na een uur wachten kwam Elise ons helpen en nog een uur later stonden we bij de magazijnmeester met een pak papier wat nu zo dik was als een telefoonboek. Hij vond echter niet het goede formulier, dus ik en Roland gingen terug naar Elise. Daar hoefden we alleen een kopie te maken en toen was het opeens wel goed. Toen alleen nog een stempel van de douanebeambte en we konden de computers meenemen in een taxi.

Bij elkaar had dit ons dus vijf dagen in Douala en alsnog 500 euro gekost, maar uiteindelijk hebben we de computers uit de haven gekregen. Ondanks al deze problemen was het een hele ervaring en zijn ik en Roland BIT, de missieveiling in Zoeterwoude en iedereen die heeft meegeholpen dankbaar voor alle hulp!

Reacties